Riobamba 2
Op zaterdag is er markt in Riobamba, maar deze is niet te vergelijken met die in Otavalo. Er is maar weinig handwerk te zien en de kwaliteit is een stuk minder. Waarschijnlijk blijven de toeristen daarom weg. Door de lokale bevolking is het wel een drukte van belang. Wat vooral opvalt zijn de vele groente- en fruitstalletjes, die allemaal hetzelfde aanbieden. De mandarijnen die we kopen, smaken anders dan in Nederland: ze zijn droger en vleziger en de schil ziet er lelijk uit. Verder worden er kippen, kuikens en biggetjes levend verkocht. De kippen worden als een handtas vervoerd: ze hangen ondersteboven en een touwtje tussen de poten dient als handvat.
`s Middags nemen we de bus naar Guano. Volgens de reisgids is het een leuk dorpje, dat bekend staan om het weven van tapijten en het bewerken van leer. Helaas is het plaatsje uitgestorven en valt er niet veel te beleven. De tapijten die we zien lijken op vloerkleden zoals ze bij ons gebruikt worden. Terug in Riobamba bezoeken we het Museum voor Religieuze Kunst, dat in het voormalige Klooster de la Concepcion is ondergebracht. De collectie bestaat voor een groot gedeelte uit 18e-eeuwse kruis- en Mariabeelden. Verder zijn er oude gewaden, schilderijen en goud- en zilverwerk. Topstuk is een gouden monstrans, die door een rode bisschop bijna verkocht werd om de armen een aantal jaren te kunnen bedelen.
Op weg naar het station komen we langs een atelier, waar tagua wordt bewerkt. Dit staat bekend als plantaardig ivoor. Een bepaalde palmsoort, die in het regenwoud voorkomt, heeft zaden zo groot als een krielkipei. Wanneer de bast wordt verwijderd, blijft er een keiharde ivoorkleurige pit over, waaruit allerlei figuren worden gesneden. Bij het treinstation treffen we een flinke rij toeristen aan voor het loket, die allemaal een kaartje willen kopen voor de treinreis naar de Nariz del Diablo (Duivelsneus), net als wij. Omdat de tickets op naam staan, moeten we de paspoorten laten zien. Als we de kaartjes krijgen, blijken onze achternamen Teunis en Elizabeth te zijn.
Om vijf uur de volgende ochtend gaat de wekker en om half zes zitten we aan het ontbijt. Meteen daarna gaan we naar het station om een goed plekje te zoeken in de trein, die om zeven uur vertrekt richting Nariz del Diablo. Het blijkt niet moeilijk te zijn een goede plaats in de enige coupé te bemachtigen, omdat 95% van de passagiers op het dak gaat zitten. Hoewel het vast een bijzondere ervaring is om bovenop een trein te reizen, is het deze mensen aan te zien dat het koud en oncomfortabel is. Het uitzicht is indrukwekkend: hoge bergen, diepe dalen, rivieren, een woeste natuur. Onderweg wordt de trein overal enthousiast toegezwaaid door de plaatselijke bevolking, vooral kinderen. Op sommige stukken is de spoorlijn erg slecht, zodat we flink door elkaar geschud worden. Vanaf Alausi moet de trein zo´n steile afdaling maken, dat we zigzaggend naar beneden gaan, waarbij we om en om voor- en achteruit rijden. Aan het eind krijgen we de gelegenheid om de duivelsneus te bekijken. Vroeger ging de trein verder naar Guayaquil, maar door El Niño is in 1982 een groot deel van het traject verwoest. In Alausi nemen we de bus terug naar Riobamba, waar het slecht weer is. De straten staan blank en de lucht is egaal grijs, zodat het er niet naar uitziet dat het vanavond nog droog wordt.
`s Middags nemen we de bus naar Guano. Volgens de reisgids is het een leuk dorpje, dat bekend staan om het weven van tapijten en het bewerken van leer. Helaas is het plaatsje uitgestorven en valt er niet veel te beleven. De tapijten die we zien lijken op vloerkleden zoals ze bij ons gebruikt worden. Terug in Riobamba bezoeken we het Museum voor Religieuze Kunst, dat in het voormalige Klooster de la Concepcion is ondergebracht. De collectie bestaat voor een groot gedeelte uit 18e-eeuwse kruis- en Mariabeelden. Verder zijn er oude gewaden, schilderijen en goud- en zilverwerk. Topstuk is een gouden monstrans, die door een rode bisschop bijna verkocht werd om de armen een aantal jaren te kunnen bedelen.
Op weg naar het station komen we langs een atelier, waar tagua wordt bewerkt. Dit staat bekend als plantaardig ivoor. Een bepaalde palmsoort, die in het regenwoud voorkomt, heeft zaden zo groot als een krielkipei. Wanneer de bast wordt verwijderd, blijft er een keiharde ivoorkleurige pit over, waaruit allerlei figuren worden gesneden. Bij het treinstation treffen we een flinke rij toeristen aan voor het loket, die allemaal een kaartje willen kopen voor de treinreis naar de Nariz del Diablo (Duivelsneus), net als wij. Omdat de tickets op naam staan, moeten we de paspoorten laten zien. Als we de kaartjes krijgen, blijken onze achternamen Teunis en Elizabeth te zijn.
Om vijf uur de volgende ochtend gaat de wekker en om half zes zitten we aan het ontbijt. Meteen daarna gaan we naar het station om een goed plekje te zoeken in de trein, die om zeven uur vertrekt richting Nariz del Diablo. Het blijkt niet moeilijk te zijn een goede plaats in de enige coupé te bemachtigen, omdat 95% van de passagiers op het dak gaat zitten. Hoewel het vast een bijzondere ervaring is om bovenop een trein te reizen, is het deze mensen aan te zien dat het koud en oncomfortabel is. Het uitzicht is indrukwekkend: hoge bergen, diepe dalen, rivieren, een woeste natuur. Onderweg wordt de trein overal enthousiast toegezwaaid door de plaatselijke bevolking, vooral kinderen. Op sommige stukken is de spoorlijn erg slecht, zodat we flink door elkaar geschud worden. Vanaf Alausi moet de trein zo´n steile afdaling maken, dat we zigzaggend naar beneden gaan, waarbij we om en om voor- en achteruit rijden. Aan het eind krijgen we de gelegenheid om de duivelsneus te bekijken. Vroeger ging de trein verder naar Guayaquil, maar door El Niño is in 1982 een groot deel van het traject verwoest. In Alausi nemen we de bus terug naar Riobamba, waar het slecht weer is. De straten staan blank en de lucht is egaal grijs, zodat het er niet naar uitziet dat het vanavond nog droog wordt.
3 Comments:
Beste Beatrijs en Teun,
Nou, het is maar goed dat de Dierenbescherming er niet bij was in Riobamba! Die arme kippen! Maar goed, de reizen die jullie maken in het binnenland zijn wel mooi zeg. Zelfs ik (ik ben een echte "huismus") zit te watertanden van die mooie landschappen. En dan die kaartjes ha,ha,ha. Dat is pas vreemd dat je ineens anders heet!
Nou, zoals gewoonlijk kijk ik weer uit naar het volgende verhaal! Ik vind dit super tof om met jullie deelgenoot te zijn van jullie avonturen!!!
Met vriendelijk groet,
René Eichhorn.
Hallo Teun en Beatrijs,
Leuk om iedere keer jullie reisverslag te lezen. Ik heb het verslag al eerder gelezen maar ik wist niet hoe ik moest reageren. Nu heeft René mij verteld hoe het moet. Volgens mij hebben jullie een leuke en interessante vakantie. Het lijkt mij wel spannend en je ziet heel bijzondere dingen.
Groeten vanuit Dordrecht
Wim
Beste Beatrijs en Teun,
Zoals jullie konden lezen heeft Wim ook een leuk e-mailtje gestuurd! Ik zit steeds iedereen maar te Vragen of ze ook willen mailen, maar ik denk dat ze het toch weer vergeten of dat ze het doodgewoon te druk hebben. Nou ik kijk elke dag er naar uit naar het volgende overzeese verhaal!
Met vriendelijke groet,
René Eichhorn.
Een reactie posten
<< Home