Galápagos
7 november: Guayaquil, Santa Cruz
Het vliegveld van Guayaquil is het grootste van Ecuador. Toch is er maar één vertrekhal voor alle vluchten en tax-free shops ontbreken. De vlucht van ongeveer duizend kilometer duurt ruim anderhalf uur. Het vliegveld van Baltra is een belevenis op zich. Er is geen transportband voor de bagage, maar alle koffers en tassen worden als dominostenen naast elkaar gezet. De gids staat op ons te wachten. Als de groep van tien personen compleet is, worden we met de bus, een pont en nog een bus naar de haven van Puerto Ayora gebracht. Met een sloep worden we uiteindelijk naar de Flamingo gebracht, waar de lunch al klaar staat. Na het eten is de eerste excursie naar de highlands van Santa Cruz. Hier zien we in de vrije natuur een groot aantal reuzenschildpadden, waar we gewoon tussendoor kunnen lopen. Als we te dicht naderen, beginnen ze te blazen en trekken hun kop in. Op het terrein staat een boom met rijpe grapefruits. Onze gids (van in de zestig!) klimt in de boom om de vruchten te plukken. Op de terugweg stoppen we nog bij een lavatunnel, die ontstaan is doordat het oppervlak van een lavastroom afkoelt en stolt. De eronder stromende lava blijft wel vloeibaar en vormt een soort ondergrondse lavarivier.
8 november: Rábida, Santiago
´s Nachts varen we van Santa Cruz naar Rábida. Hoewel het geen ruig weer is, gaat de boot flink tekeer. We worden dan ook geregeld wakker geschud. We hebben een tweepersoons hut met twee kooien boven elkaar en een badkamer met een koude douche en toilet. Om zeven uur ontbijten we in de kajuit. Een uur later hebben we een natte landing op Rábida, temidden van een aantal zeeleeuwen. Ze liggen te bakken in de ochtendzon en trekken zich weinig van ons aan. Via een pad maken we een wandeling langs de kust en we hebben een prachtig uitzicht op de rode kliffen en de blauwgroene zee. Verder zien we veel schijfcactussen en palo santo bomen. Deze zijn wit en zien er dood uit, maar als rond kerst de natte tijd begint, worden ze weer groen.
´s Middags varen we naar Santiago en landen bij Puerto Egas. Hier is een mooie geërodeerde turfsteenkust. We lopen over een vlakke lavaplaat, die door de branding allerlei fraaie patronen heeft gekregen. We zien er veel zeeleguanen, Sally Lightfoot-krabben en zeeleeuwen. Voordat we naar de boot terug gaan, kunnen we een tijdje snorkelen. Dit is een geweldige belevenis, alsof je in een tropisch aquarium kijkt. Reusachtige schildpadden zijn aan het grazen, allerlei bontgekleurde vissen zwemmen langs en de zeeleeuwen proberen met ons te spelen. Op de bodem liggen begroeide rotspartijen, die ook vol leven zitten. Onder water lijkt alles dichterbij dan het in werkelijkheid is. De rotsen en zeeleeuwen lijken dan ook binnen handbereik, maar het lukt niet om ze aan te raken. Meteen na terugkeer op de boot vertrekken we richting Bartolomé.
9 november: Bartolomé, Santiago
Al om half acht zitten we in de panga (sloep) naar Bartolomé: een klein, sterk vulkanisch eilandje. Via een trap bereiken we de top van de vulkaan, waar we een spectaculair uitzicht hebben op Pinnacle Rock en Santiago met zijn vele vulkaankraters. Verder zien we een aantal spatovens (kleine kraters). Terug op het strand is er weer gelegenheid om te snorkelen. Rond het eiland zwemmen zeeschildpadden, haaien, pinguins en zeeleeuwen.
´s Middags varen we naar Bahía Sullivan (op Santiago). Hier ligt een lavastroom van zo´n honderd jaar oud, waarop erosie nog nauwelijks invloed heeft gehad. In de stroom is het plooien en buigen van de taaie pahoehoe-lava goed te zien. Het landschap is zo desolaat, dat we het idee hebben dat we op de maan geland zijn. Daarna kunnen we weer snorkelen. Een schildpad zwemt rustig een stukje boven de bodem en trekt zich niets aan van gezelschap. Een voorbij zwemmende pinguin heeft meer haast. Het vulkanische landschap zet zich onder water voort. Zodra we weer aan boord zijn, begint een onrustige overtocht naar de noordkust van Santa Cruz. De zonsondergan maakt veel goed: de lucht is prachtig oranje van kleur. Om zeven uur zijn we op de plaats van bestemming. Het anker wordt uitgegooid tussen een paar andere dobberende schepen.
10 november: Santa Cruz, North Seymour
´s Ochtends varen we door de mangrovebossen van Caleta Tortuga Negra. In het heldere water van de inhammen zien we een aantal groene zeeschildpadden, die dit gebied bezoeken om te paren. Verder zien we een paar haaien en vier gouden roggen, die in formatie zwemmen. Er wordt volop gevist door pelikanen en blauwvoetgenten. Tussen de middag moeten we een half uur van de boot af, terwijl die volgetankt wordt. ´s Middags varen we naar het eilandje North Seymour. Door de harde wind en de golven is de landing niet eenvoudig. Op het eiland zijn meerdere broedkolonies van de grote fregatvogel en de zwaluwstaartmeeuw. We hebben het geluk een aantal mannetjes fregatvogels met een opgeblazen, rode keelzak te zien. Met deze enorme ballon proberen ze vrouwtjes te imponeren. Andere vaste gasten van het eiland zijn zeeleeuwen, zeeleguanen en landleguanen.
11 november: Plaza Sur, Santa Fé
´s Morgens bezoeken we Plaza Sur, een klein eiland dat vooral bekend is om zijn landleguanen. Het is er droog en de begroeiing bestaat uit schijfcactussen en rode sesuvium- en tiquiliastruikjes. Weinig dieren kunnen hier overleven, maar de landleguanen voelen zich er prima thuis. Zij hebben genoeg aan de cactussen om in hun voedsel- en vochtbehoefte te voorzien. Op de klifkust nestelen zwaluwstaartmeeuwen en keerkringvogels. Ook is er een "tehuis" voor mannetjes zeeleeuwen in ruste. Hun strijdlustige levensstijl is alleen vol te houden door de mannetjes die in de kracht van hun leven zijn.
Ook Santa Fé is een droog eiland en is begroeid met een struikachtige vegetatie, waarin schijfcactussen en de palo santo opvallen. De boot gaat voor anker in een baai met een prachtige lichtblauwe kleur die ontstaat doordat de bodem uit wit koraalzand bestaat. Na een natte landing maken we een korte wandeling over het eiland. Daarbij krijgen we de Santa Fé landleguaan, de Galápagosduif en -havik te zien. Terug op de boot kunnen we weer snorkelen. Na een vroeg diner vertrekken we richting Española. De zes uur durende overtocht is erg ruig, zodat iedereen al voor acht uur zijn toevlucht zoekt tot de kooi.
12 november: Española
Om half zeven zitten we aan het ontbijt, met deze keer als extra geen ei, maar pannenkoek met appel. Española is beroemd om zijn grote rijkdom aan vogels. Zo nestelt er de Galápagosalbatros, die met een gewicht van drie tot vier kilo en een spanwijdte van meer dan twee meter de grootste vogel van de archipel is. Ze komen alleen aan land voor de voortplanting en wij hebben het geluk een paringsdans mee te maken. Onder begeleiding van snavelgekletter en vreemde uitroepen, stappen de vogels om elkaar heen en draaien rond met hun grote snavel. Bij de paring wordt één ei gelegd, dat wel een half pond kan wegen. Albatrossen worden veertig tot vijftig jaar oud. Op het eiland broeden verder masker- en blauwvoetgenten en komt de spotlijster er veel voor. Deze zijn zo nieuwsgierig, dat ze bijna in de lens kruipen. Wat verder opvalt zijn de vele dode zeeleeuwtjes. Zeeleeuwen krijgen meestal één jong per jaar, dat twee tot drie jaar wordt gezoogd. Dit betekent dat de moeders vaak meerdere jongen van verschillende leeftijd hebben. Bij voedselschaarste gaat het oudste jong voor, vanwege de grotere overlevingskansen. In de rotskust is een spuitgat. Door de golfslag wordt het water in deze natuurlijke fontein met grote kracht omhoog gespoten.
Later op de dag bezoeken we Bahía Gardner. Dit is een prachtig lang wit strand, waarop de zeeleeuwen in de zon liggen te bakken. Terwijl we over het strand lopen, zijn we er getuige van dat een jonger mannetje de heerser over de harem uitdaagt. Na luid gebrul over en weer druipt de indringer af. Ook hier zien we veel nieuwsgierige spotlijsters, die zelfs uit onze handen water drinken.
Het avondeten is zoals altijd prima verzorgd. Onze aardige en verlegen kok zet ons twee keer per dag een lekkere maaltijd voor. De lunch bestaat altijd uit soep, een hoofdgerecht met vlees of vis, gekookte groente en/of een salada en aardappels, pasta of rijst en tot slot vers fruit. Het diner bestaat uit een hoofdgerecht en dessert. Deze keer hebben we gebakken witvis met spruiten en gekookte aardappels en rijstepap toe. Kort na het eten vertrekken we richting Floreana.
13 november: Floreana, Santa Cruz
Op Floreana bezoeken we eerst de Postoffice Bay. Dit is een historische locatie, want de eerste walvisvaarders plaatsten hier een brievenbus om berichten achter te laten voor andere schepen en om brieven naar huis te sturen. Er kunnen nog steeds kaarten worden gepost. Het is de bedoeling dat de toeristen de post meenemen die in hun land bezorgd moet worden. Verder zijn er overblijfselen van een Noorse nederzetting, die in 1926 werd gesticht. Door het uitzetten van honden, katten, varkens en geiten is er weinig meer van de oorspronkelijke fauna over. De varkens bijvoorbeeld aten de eieren van de landleguanen. Aan het eind van de wandeling dalen we af in een lavagrot, die na zo´n vijftig meter lopen iets naar beneden afbuigt en vanaf dit punt onder een halve meter ijskoud water staat.
Dan varen we naar het iets verderop gelegen Punta Cormorant op hetzelfde eiland. In een lagune zien we een stuk of twintig flamingo´s die daar naar voedsel zoeken. Voor de laatste keer snorkelen gaan we met de panga naar de Corona del Diablo, een uit de zee omhoogrijzende vulkaankrater. Hier zien we witpuntrifhaai, geelstaartchirurgijnvissen en een pinguin. ´s Middags varen we terug naar Puerto Ayora, een vier uur durende tocht over een woelige zee.
14 november: Santa Cruz, Guayaquil
Om half acht nemen we afscheid van de Flamingo. Voordat we naar het vliegveld vertrekken, brengen we nog een bezoek aan het Charles Darwin Research Station. Het voornaamste doel van dit instituut is het in stand houden van de verschillende soorten reuzenschildpadden. Er worden schildpadeieren uitgebroed en na twee jaar worden de jonge dieren in de vrije natuur uitgezet. Lonesome George is de laatste Pinta-schildpad. Voor deze soort komt het fokprogramma dus te laat. Op het vliegveld van Baltra nemen we afscheid van onze gids Oswaldo en van vier groepsleden die nog blijven. Rond het middaguur vliegen we naar Guayaquil, waar we weer onze intrek nemen in hotel California.
´s Avonds eten we buiten op de boulevard langs de Guayas en laten we alle gebeurtenissen nog eens de revue passeren. Zonder twijfel was de Galápagos het hoogtepunt van onze reis.
Het vliegveld van Guayaquil is het grootste van Ecuador. Toch is er maar één vertrekhal voor alle vluchten en tax-free shops ontbreken. De vlucht van ongeveer duizend kilometer duurt ruim anderhalf uur. Het vliegveld van Baltra is een belevenis op zich. Er is geen transportband voor de bagage, maar alle koffers en tassen worden als dominostenen naast elkaar gezet. De gids staat op ons te wachten. Als de groep van tien personen compleet is, worden we met de bus, een pont en nog een bus naar de haven van Puerto Ayora gebracht. Met een sloep worden we uiteindelijk naar de Flamingo gebracht, waar de lunch al klaar staat. Na het eten is de eerste excursie naar de highlands van Santa Cruz. Hier zien we in de vrije natuur een groot aantal reuzenschildpadden, waar we gewoon tussendoor kunnen lopen. Als we te dicht naderen, beginnen ze te blazen en trekken hun kop in. Op het terrein staat een boom met rijpe grapefruits. Onze gids (van in de zestig!) klimt in de boom om de vruchten te plukken. Op de terugweg stoppen we nog bij een lavatunnel, die ontstaan is doordat het oppervlak van een lavastroom afkoelt en stolt. De eronder stromende lava blijft wel vloeibaar en vormt een soort ondergrondse lavarivier.
8 november: Rábida, Santiago
´s Nachts varen we van Santa Cruz naar Rábida. Hoewel het geen ruig weer is, gaat de boot flink tekeer. We worden dan ook geregeld wakker geschud. We hebben een tweepersoons hut met twee kooien boven elkaar en een badkamer met een koude douche en toilet. Om zeven uur ontbijten we in de kajuit. Een uur later hebben we een natte landing op Rábida, temidden van een aantal zeeleeuwen. Ze liggen te bakken in de ochtendzon en trekken zich weinig van ons aan. Via een pad maken we een wandeling langs de kust en we hebben een prachtig uitzicht op de rode kliffen en de blauwgroene zee. Verder zien we veel schijfcactussen en palo santo bomen. Deze zijn wit en zien er dood uit, maar als rond kerst de natte tijd begint, worden ze weer groen.
´s Middags varen we naar Santiago en landen bij Puerto Egas. Hier is een mooie geërodeerde turfsteenkust. We lopen over een vlakke lavaplaat, die door de branding allerlei fraaie patronen heeft gekregen. We zien er veel zeeleguanen, Sally Lightfoot-krabben en zeeleeuwen. Voordat we naar de boot terug gaan, kunnen we een tijdje snorkelen. Dit is een geweldige belevenis, alsof je in een tropisch aquarium kijkt. Reusachtige schildpadden zijn aan het grazen, allerlei bontgekleurde vissen zwemmen langs en de zeeleeuwen proberen met ons te spelen. Op de bodem liggen begroeide rotspartijen, die ook vol leven zitten. Onder water lijkt alles dichterbij dan het in werkelijkheid is. De rotsen en zeeleeuwen lijken dan ook binnen handbereik, maar het lukt niet om ze aan te raken. Meteen na terugkeer op de boot vertrekken we richting Bartolomé.
9 november: Bartolomé, Santiago
Al om half acht zitten we in de panga (sloep) naar Bartolomé: een klein, sterk vulkanisch eilandje. Via een trap bereiken we de top van de vulkaan, waar we een spectaculair uitzicht hebben op Pinnacle Rock en Santiago met zijn vele vulkaankraters. Verder zien we een aantal spatovens (kleine kraters). Terug op het strand is er weer gelegenheid om te snorkelen. Rond het eiland zwemmen zeeschildpadden, haaien, pinguins en zeeleeuwen.
´s Middags varen we naar Bahía Sullivan (op Santiago). Hier ligt een lavastroom van zo´n honderd jaar oud, waarop erosie nog nauwelijks invloed heeft gehad. In de stroom is het plooien en buigen van de taaie pahoehoe-lava goed te zien. Het landschap is zo desolaat, dat we het idee hebben dat we op de maan geland zijn. Daarna kunnen we weer snorkelen. Een schildpad zwemt rustig een stukje boven de bodem en trekt zich niets aan van gezelschap. Een voorbij zwemmende pinguin heeft meer haast. Het vulkanische landschap zet zich onder water voort. Zodra we weer aan boord zijn, begint een onrustige overtocht naar de noordkust van Santa Cruz. De zonsondergan maakt veel goed: de lucht is prachtig oranje van kleur. Om zeven uur zijn we op de plaats van bestemming. Het anker wordt uitgegooid tussen een paar andere dobberende schepen.
10 november: Santa Cruz, North Seymour
´s Ochtends varen we door de mangrovebossen van Caleta Tortuga Negra. In het heldere water van de inhammen zien we een aantal groene zeeschildpadden, die dit gebied bezoeken om te paren. Verder zien we een paar haaien en vier gouden roggen, die in formatie zwemmen. Er wordt volop gevist door pelikanen en blauwvoetgenten. Tussen de middag moeten we een half uur van de boot af, terwijl die volgetankt wordt. ´s Middags varen we naar het eilandje North Seymour. Door de harde wind en de golven is de landing niet eenvoudig. Op het eiland zijn meerdere broedkolonies van de grote fregatvogel en de zwaluwstaartmeeuw. We hebben het geluk een aantal mannetjes fregatvogels met een opgeblazen, rode keelzak te zien. Met deze enorme ballon proberen ze vrouwtjes te imponeren. Andere vaste gasten van het eiland zijn zeeleeuwen, zeeleguanen en landleguanen.
11 november: Plaza Sur, Santa Fé
´s Morgens bezoeken we Plaza Sur, een klein eiland dat vooral bekend is om zijn landleguanen. Het is er droog en de begroeiing bestaat uit schijfcactussen en rode sesuvium- en tiquiliastruikjes. Weinig dieren kunnen hier overleven, maar de landleguanen voelen zich er prima thuis. Zij hebben genoeg aan de cactussen om in hun voedsel- en vochtbehoefte te voorzien. Op de klifkust nestelen zwaluwstaartmeeuwen en keerkringvogels. Ook is er een "tehuis" voor mannetjes zeeleeuwen in ruste. Hun strijdlustige levensstijl is alleen vol te houden door de mannetjes die in de kracht van hun leven zijn.
Ook Santa Fé is een droog eiland en is begroeid met een struikachtige vegetatie, waarin schijfcactussen en de palo santo opvallen. De boot gaat voor anker in een baai met een prachtige lichtblauwe kleur die ontstaat doordat de bodem uit wit koraalzand bestaat. Na een natte landing maken we een korte wandeling over het eiland. Daarbij krijgen we de Santa Fé landleguaan, de Galápagosduif en -havik te zien. Terug op de boot kunnen we weer snorkelen. Na een vroeg diner vertrekken we richting Española. De zes uur durende overtocht is erg ruig, zodat iedereen al voor acht uur zijn toevlucht zoekt tot de kooi.
12 november: Española
Om half zeven zitten we aan het ontbijt, met deze keer als extra geen ei, maar pannenkoek met appel. Española is beroemd om zijn grote rijkdom aan vogels. Zo nestelt er de Galápagosalbatros, die met een gewicht van drie tot vier kilo en een spanwijdte van meer dan twee meter de grootste vogel van de archipel is. Ze komen alleen aan land voor de voortplanting en wij hebben het geluk een paringsdans mee te maken. Onder begeleiding van snavelgekletter en vreemde uitroepen, stappen de vogels om elkaar heen en draaien rond met hun grote snavel. Bij de paring wordt één ei gelegd, dat wel een half pond kan wegen. Albatrossen worden veertig tot vijftig jaar oud. Op het eiland broeden verder masker- en blauwvoetgenten en komt de spotlijster er veel voor. Deze zijn zo nieuwsgierig, dat ze bijna in de lens kruipen. Wat verder opvalt zijn de vele dode zeeleeuwtjes. Zeeleeuwen krijgen meestal één jong per jaar, dat twee tot drie jaar wordt gezoogd. Dit betekent dat de moeders vaak meerdere jongen van verschillende leeftijd hebben. Bij voedselschaarste gaat het oudste jong voor, vanwege de grotere overlevingskansen. In de rotskust is een spuitgat. Door de golfslag wordt het water in deze natuurlijke fontein met grote kracht omhoog gespoten.
Later op de dag bezoeken we Bahía Gardner. Dit is een prachtig lang wit strand, waarop de zeeleeuwen in de zon liggen te bakken. Terwijl we over het strand lopen, zijn we er getuige van dat een jonger mannetje de heerser over de harem uitdaagt. Na luid gebrul over en weer druipt de indringer af. Ook hier zien we veel nieuwsgierige spotlijsters, die zelfs uit onze handen water drinken.
Het avondeten is zoals altijd prima verzorgd. Onze aardige en verlegen kok zet ons twee keer per dag een lekkere maaltijd voor. De lunch bestaat altijd uit soep, een hoofdgerecht met vlees of vis, gekookte groente en/of een salada en aardappels, pasta of rijst en tot slot vers fruit. Het diner bestaat uit een hoofdgerecht en dessert. Deze keer hebben we gebakken witvis met spruiten en gekookte aardappels en rijstepap toe. Kort na het eten vertrekken we richting Floreana.
13 november: Floreana, Santa Cruz
Op Floreana bezoeken we eerst de Postoffice Bay. Dit is een historische locatie, want de eerste walvisvaarders plaatsten hier een brievenbus om berichten achter te laten voor andere schepen en om brieven naar huis te sturen. Er kunnen nog steeds kaarten worden gepost. Het is de bedoeling dat de toeristen de post meenemen die in hun land bezorgd moet worden. Verder zijn er overblijfselen van een Noorse nederzetting, die in 1926 werd gesticht. Door het uitzetten van honden, katten, varkens en geiten is er weinig meer van de oorspronkelijke fauna over. De varkens bijvoorbeeld aten de eieren van de landleguanen. Aan het eind van de wandeling dalen we af in een lavagrot, die na zo´n vijftig meter lopen iets naar beneden afbuigt en vanaf dit punt onder een halve meter ijskoud water staat.
Dan varen we naar het iets verderop gelegen Punta Cormorant op hetzelfde eiland. In een lagune zien we een stuk of twintig flamingo´s die daar naar voedsel zoeken. Voor de laatste keer snorkelen gaan we met de panga naar de Corona del Diablo, een uit de zee omhoogrijzende vulkaankrater. Hier zien we witpuntrifhaai, geelstaartchirurgijnvissen en een pinguin. ´s Middags varen we terug naar Puerto Ayora, een vier uur durende tocht over een woelige zee.
14 november: Santa Cruz, Guayaquil
Om half acht nemen we afscheid van de Flamingo. Voordat we naar het vliegveld vertrekken, brengen we nog een bezoek aan het Charles Darwin Research Station. Het voornaamste doel van dit instituut is het in stand houden van de verschillende soorten reuzenschildpadden. Er worden schildpadeieren uitgebroed en na twee jaar worden de jonge dieren in de vrije natuur uitgezet. Lonesome George is de laatste Pinta-schildpad. Voor deze soort komt het fokprogramma dus te laat. Op het vliegveld van Baltra nemen we afscheid van onze gids Oswaldo en van vier groepsleden die nog blijven. Rond het middaguur vliegen we naar Guayaquil, waar we weer onze intrek nemen in hotel California.
´s Avonds eten we buiten op de boulevard langs de Guayas en laten we alle gebeurtenissen nog eens de revue passeren. Zonder twijfel was de Galápagos het hoogtepunt van onze reis.
4 Comments:
Beste Beatrijs en Teun,
Wat fijn om weer zoveel leuke verhalen te lezen!!! Die man van in de zestig had mijn vader wel kunnen zijn, die klimt ook nog overal in en die is zesenzestig jaar!
Dat jullie al weer zo lang weg zijn, die weken zijn wel omgevlogen zeg! Zo ga je met het vliegtuig weg en zo ga je weer terug.
Nou hier in Dordrecht is het nog steeds rustig en de temperatuur is wel aangenaam te noemen zo'n zeventien graden! En dat is toch voor jullie wel goed nieuws, want dan is het gelijk niet zo'n overgang!
Nou ik weet niet of je nog zo'n leuk verhaal weet te mailen, maar ik houd mee aanbevolen!
Ik zal dit ook echt wel missen, als jullie weer in Nederland zijn gearriveerd.
Ik heb al een heel eigen archief over jullie belevenissen weten samen te stellen. Ik hoop dat jullie volgend jaar weer zo'n weblog installeren, dan kunnen we weer lekker mailen
Nou ik zou zeggen nog een paar hele fijne dagen en alvast een goed reis terug! Het gaat jullie goed!!!
Met vriendelijk groet,
René Eichhorn.
Hoi,
Ik heb eindelijk dit adres gekregen om je verhalen te volgen. Ik heb net dus alle dagen achter elkaar zitten doorlezen. Duurde wel even zeg.
Ik heb met kippevel je Galapagos avontuur zitten lezen. De albatros gezien, hoe mooier kan het zijn!
Het is mijn droom om daar ooit nog eens naar toe te mogen. Maar ik blijf dromen.
En nu iedereen mee heeft kunnen lezen over je vakantie avonturen kan je dinsdag meteen aan je werk en hoef je geen lange verhalen te vertellen. ;-))
Groetjes Jolanda Timmer
Vergeet niet je foto's mee te nemen.
Want die heb je natuurlijk meteen gephotoshopped en in een album gedaan.
Jolanda
beste Beatrijs & Teun
wat een belevenissen zeg, maar aan het eind van zo'n lange reis is het toch fijn om weer thuis te komen he! Nog een heel fijn weekend en tot volgende week !!!
Een reactie posten
<< Home