Hoi An
15 november
Dagtochten naar de eilandjes voor de kust zijn allemaal snorkeltrips. Een boottochtje naar een vissersdorp is er niet bij. Dan regelen we zelf wel iets. Dat valt niet mee omdat informatie nauwelijks te krijgen is. De enkeling die wat weet, ziet geen kans dit in verstaanbaar Engels over te brengen. Daar komt bij dat ze altijd 'ja' zeggen, ook al hebben ze geen flauw idee waar je het over hebt. Sinds kort is er een 3 km lange kabelbaanverbinding tussen het vasteland en een van de eilanden. Met een cabine over zee is wel apart, dus dat wordt onze eilandtrip. Het vertrek- en aankomststation ziet er hetzelfde uit als in een wintersportplaats, met als belangrijkste verschil dat hier meer personeel rondloopt dan er klanten zijn. Bij gebrek aan medereizigers krijgen we dan ook een cabine voor onszelf. Hoog boven het water is het uitzicht prima. Onder ons liggen vissersboten. Het water vlak voor de kust is te ondiep om aan te meren. Daarom verplaatsen vissers zich in ronde manden van gevlochten bamboe tussen wal en schip. De manden zijn waterdicht gemaakt met pek en worden staand of zittend geroeid.
Aan de overkant is een pretpark in aanbouw, met allerlei kermisattracties en winkeltjes. Omdat er verder weinig te beleven is, besluiten we terug te gaan met de veerboot. Daar moeten we dan wel ruim twee uur op wachten want hij vaart niet tussen elf en drie. Dan toch maar met de kabelbaan terug. Halverwege krijgen we een flinke plensbui die gepaard gaat met windvlagen, waardoor de cabine heen en weer zwaait.
Aan het eind van de middag genieten we van een heerlijk diner in een Indiaas restaurantje. Korte tijd later rijdt de nachtbus voor. In de bus zijn drie rijen stapelbedden gemonteerd. Het hoofdeind is verstelbaar en het ligt helemaal niet slecht. 's Nachts is het gelukkig rustiger op de weg waardoor er minder geclaxonneerd hoeft te worden. Na ruim twaalf uur komen we dan ook redelijk uitgerust in Hoi An aan.
16 november
Net buiten het centrum nemen we een hotelkamer met balkon en uitzicht op de rijstvelden. Hoi An is een oude handelsnederzetting waar onder anderen Japanners en Hollanders zaken deden. Het historische centrum is tijdens de Vietnamoorlog gespaard gebleven en valt onder het Unesco werelderfgoed. De rivier overstroomt regelmatig, vooral in november en zet dan een groot deel van het centrum onder water. Ook nu zijn de straten modderig door een eerdere overstroming.
In Hoi An is een overdekte houten Japanse brug bewaard geleven, die de Chinese en Japanse wijk met elkaar verbond. Aan de ene kant staan twee stenen beelden van een hond en aan de andere kant van een aap. Deze verwijzen naar het beginjaar van de bouw, het jaar van de hond, en de voltooiing ervan in het jaar van de aap.
Op weg naar de volgende bezienswaardigheid, een Chinees familiehuis, begint het te regenen. In afwachting van het einde van de bui schieten we een theehuis binnen, waar we een pannenkoek en lotusthee bestellen. Helaas gaat het steeds harder regenen en de plassen op de stoep en de straat worden steeds groter. We besluiten daarom naar het hotel terug te gaan. Als we er aankomen, zijn we flink nat geworden, ondanks de paraplu's. De rest van de middag brengen we lezend en kaartend op het balkon door.
Dagtochten naar de eilandjes voor de kust zijn allemaal snorkeltrips. Een boottochtje naar een vissersdorp is er niet bij. Dan regelen we zelf wel iets. Dat valt niet mee omdat informatie nauwelijks te krijgen is. De enkeling die wat weet, ziet geen kans dit in verstaanbaar Engels over te brengen. Daar komt bij dat ze altijd 'ja' zeggen, ook al hebben ze geen flauw idee waar je het over hebt. Sinds kort is er een 3 km lange kabelbaanverbinding tussen het vasteland en een van de eilanden. Met een cabine over zee is wel apart, dus dat wordt onze eilandtrip. Het vertrek- en aankomststation ziet er hetzelfde uit als in een wintersportplaats, met als belangrijkste verschil dat hier meer personeel rondloopt dan er klanten zijn. Bij gebrek aan medereizigers krijgen we dan ook een cabine voor onszelf. Hoog boven het water is het uitzicht prima. Onder ons liggen vissersboten. Het water vlak voor de kust is te ondiep om aan te meren. Daarom verplaatsen vissers zich in ronde manden van gevlochten bamboe tussen wal en schip. De manden zijn waterdicht gemaakt met pek en worden staand of zittend geroeid.
Aan de overkant is een pretpark in aanbouw, met allerlei kermisattracties en winkeltjes. Omdat er verder weinig te beleven is, besluiten we terug te gaan met de veerboot. Daar moeten we dan wel ruim twee uur op wachten want hij vaart niet tussen elf en drie. Dan toch maar met de kabelbaan terug. Halverwege krijgen we een flinke plensbui die gepaard gaat met windvlagen, waardoor de cabine heen en weer zwaait.
Aan het eind van de middag genieten we van een heerlijk diner in een Indiaas restaurantje. Korte tijd later rijdt de nachtbus voor. In de bus zijn drie rijen stapelbedden gemonteerd. Het hoofdeind is verstelbaar en het ligt helemaal niet slecht. 's Nachts is het gelukkig rustiger op de weg waardoor er minder geclaxonneerd hoeft te worden. Na ruim twaalf uur komen we dan ook redelijk uitgerust in Hoi An aan.
16 november
Net buiten het centrum nemen we een hotelkamer met balkon en uitzicht op de rijstvelden. Hoi An is een oude handelsnederzetting waar onder anderen Japanners en Hollanders zaken deden. Het historische centrum is tijdens de Vietnamoorlog gespaard gebleven en valt onder het Unesco werelderfgoed. De rivier overstroomt regelmatig, vooral in november en zet dan een groot deel van het centrum onder water. Ook nu zijn de straten modderig door een eerdere overstroming.
In Hoi An is een overdekte houten Japanse brug bewaard geleven, die de Chinese en Japanse wijk met elkaar verbond. Aan de ene kant staan twee stenen beelden van een hond en aan de andere kant van een aap. Deze verwijzen naar het beginjaar van de bouw, het jaar van de hond, en de voltooiing ervan in het jaar van de aap.
Op weg naar de volgende bezienswaardigheid, een Chinees familiehuis, begint het te regenen. In afwachting van het einde van de bui schieten we een theehuis binnen, waar we een pannenkoek en lotusthee bestellen. Helaas gaat het steeds harder regenen en de plassen op de stoep en de straat worden steeds groter. We besluiten daarom naar het hotel terug te gaan. Als we er aankomen, zijn we flink nat geworden, ondanks de paraplu's. De rest van de middag brengen we lezend en kaartend op het balkon door.
3 Comments:
Haha René verslagen.
In Dordt is het droog hoor, het vriest 's nachts.
Dus je kan net zo goed thuis gaan zitten kaarten. ;-)
Leuke reisverhaaltjes weer.
Groetjes Jolanda
Hallo Beatrijs en Teun,
Ja, Beatrijs en Teun ik ben niet meer de eerste die reageert, maar ik heb het ook zo druk gehad met de voorbereidingen dat dit er gewoon bij in schoot!!
Natuurlijk heb ik wel aan jullie gedacht hoe het gaat met jullie, nou dat heb ik nu weer kunnen lezen!
Ik moet er wel om lachen, dat jullie mailen over dat de mensen daar "ja" zeggen, nou dat is ook mijn "stopwoordje", ha,ha,ha!
Ik kan gewoon heel moeilijk nee zeggen! Maar ja, dat heeft natuurlijk een andere betekenis!
Ik hoop dat jullie er nog heel veel plezierige dagen zullen vertoeven en ik zorg dat ik weer de eerste ben!! (Gaan we gewoon een wedstrijdje organiseren wie het eerste mailt!)
Nou wie weet, ik hoop weer op zo'n leuk mailtje en we gaan kijken wie het eerst mailt!!
Volverwachting klopt m'n hart naar het volgende mailtje, ha,ha,ha,ha.
Met de vriendelijkste groeten uit een zonnig Zwijndrecht.
René
Beste Beatrijs en Teun,
Met de voorbereidingen bedoelde ik, met m'n huis!!!!!!
Ik kan begrijpen dat je dacht van waar heeft die het nou toch over!!!
Nou, dat is dan hierbij op gelost!
Ik ben net klaar met strijken en we gaan zo beginnen met het klaar maken van het avondeten!!
Nou, voor jullie daar tot het volgende verhaaltje!!!
Groeten van René
Een reactie posten
<< Home